Het geheugen van de vakbeweging

Een wandeling door de tijd

Arbeidstijden toen en nu

Wie had vijf jaar geleden kunnen denken dat wet- en regelgeving een werkdag van 12 uur en een werkweek van 60 uur zouden mogelijk maken? Het is allemaal de schuld van Europa. De lobby van de vakbeweging heeft het in Brussel niet kunnen winnen van die van de werkgevers. De globalisering dringt ons de 24-uurs economie op. Vanaf 1 januari 2007 kunnen we met de nieuwe Arbeidstijdenwet de concurrentie aan met de Verenigde Staten en China.

Sam van Houten, initiatiefnemer van KinderwetjeSam van Houten, initiatiefnemer van Kinderwetje

De basis voor de arbeidstijdenwetgeving in ons land is gelegd tussen de Kinderwet-Van Houten (1874) die kinderarbeid onder de twaalf jaar in fabrieken en werkplaatsen verbood en de Arbeidswet van 1919, waarbij de 8-uren werkdag en de 45-urige werkweek werden ingevoerd. Oude bronnen en overzichtswerken van historici (Kapitaal en arbeid van Henriette Roland-Holst, I.J. Brugmans De arbeidersklasse in Nederland in de 19e eeuw, het proefschrift De Achturendag van Luchien Karsten, enz.) dragen ontstellende voorbeelden aan van uitbuiting van kinderen en overmatig lange werkdagen voor volwassenen in de begindagen van de industrialisatie van Nederland. En óók de toenemende ontzetting hierover en de strijd hiertegen in allerlei kringen. Hierbij prijzen we Bernardus Heldt. Zelf op 11-jarige leeftijd gaan werken, meubelmaker en voorzitter van de Meubelmakersbond, leidde hij als voorzitter van de eerste vakcentrale in ons land, het Algemeen Nederlandsch Werklieden Verbond, de grote demonstratie tegen kinderarbeid. Daarmee heeft hij ongetwijfeld de stemming in de Tweede Kamer over de eerste sociale wet in ons land beďnvloed. In 1885 deed Heldt zelf als eerste arbeider zijn intrede in de Tweede Kamer. Vier jaar later werd de links-liberale Heldt in zijn gevecht voor een betere positie van de arbeider bijgestaan door de socialist en ex-lutherse predikant Ferdinand Domela Nieuwenhuis.  Domela is de auteur van De normale arbeidsdag. Historisch-Ekonomische studie, gepubliceerd in 1887. In de Tweede Kamer pleit Domela vurig voor een wettelijke achturendag.

Parlementaire enquęte

In 1886 besluit de Tweede Kamer tot het houden van een enquęte “betreffende werking en uitbreiding der wet van 19 september 1874 en naar de toestand van fabrieken en werkplaatsen”. Kamerlid Hendrik Goeman Borgesius verwoordt dan treffend dat de samenleving zich niet mag laten leiden door het zedelijk peil van de patroons: “zoodra de zelfzucht in de regeling der dienstverhoudingen alles overheerschend wordt en aanleiding geeft tot misbruiken en toestanden, die de harmonische samenleving verstoren en een maatschappelijk gevaar opleveren, kan de tusschenkomst van de Staat tot bescherming der zwakken niet worden gemist”. Nederland schrikt op van de indringende bevindingen van de eerste parlementaire enquęte. Het Enquęteverslag van 1887 is nog steeds een zeer leesbare en indringende bron van informatie. Berucht zijn de lange werktijden en het zware, onveilige, ongezonde werk van het personeel in bakkerijen, in de Twentse textiel, bij de aardewerkfabriek van Regout in Maastricht, het stoffige werk in bedompte meubelmakerwerkplaatsen, enz.
De commissieleden brengen eveneens de arbeid van kinderen van twaalf tot zestien jaar in beeld. De onderzoekers noemen het voorbeeld van een waskaarsenfabriek in Amsterdam, waar meisjes in de leeftijdsgroep van 12 tot 16 jaar kisten van 20 ŕ 30 kilo moesten verslepen en de jongens soms weken achtereen van 6 uur ’s morgens tot 12 uur ’s nachts werkten. In de glasblazerijen in Maastricht werken jongens van 13 en 14 jaar de gehele nacht door met werktijden van twaalf uur. De eerste vrouwelijke arts in ons land Aletta Jacobs heeft het laatste kwart van de negentiende en het eerste kwart van de twintigste eeuw baanbrekend werk op het vlak van de vrouwenemancipatie verricht. Zij is ook gehoord door de commissie, waarbij ze wijst op de lange werktijden van de winkelmeisjes, van half negen ’s morgens tot half elf ’s avonds. De commissie waarvan overigens eveneens genoemde B.H. Heldt deel uitmaakt komt met heldere aanbevelingen. Arbeidersorganisaties zijn blij met de voorgestelde beperking van kinder- en vrouwenarbeid, werkgevers vrezen daarentegen de ondergang van hun bedrijf. Een enkele fabrikant heeft zelfs oog voor de gevaren die de zedelijkheid van de vrouw bedreigen en pleit om die reden voor lange werkdagen: “daar de ongehuwde vrouwen boven de achttien jaar, die reeds des avonds te zeven uur haar arbeid moeten staken, worden prijsgegeven aan eene verleiding, die voor den stand der vrouwelijke fabrieksarbeidsters de afschuwelijkste gevolgen kan hebben”. Het debat in de Tweede Kamer wordt beheerst door principiële discussies over de mate van staatsbemoeienis. Het resultaat is de Arbeidswet van 1889. Het verbod van arbeid door kinderen beneden 12 jaar blijft gehandhaafd. De bescherming wordt uitgebreid tot vrouwelijke arbeiders en kinderen van 13 tot 16 (daarvoor 12 tot 15) jaar, die niet langer dan 58 uren per week en 10 (daarvoor 11) uren per dag mogen werken. De wet is van toepassing voor fabrieken en werkplaatsen.

Een zingende Tweede Kamer

Na het besluit van de Tweede Internationale in 1889 in Parijs demonstreren  arbeiders vanaf de Eerste Mei 1890 wereldwijd voor het bereiken van de acht-uren-dag.
Via actie en parlementaire arbeid, wetsvoorstellen, ijverde de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP) vanaf haar oprichting in 1894 voor verkorting van de arbeidstijd, tot tien uren en daarna acht uren per dag. Mede gedragen door sociale voormannen uit de protestants-christelijke en rooms-katholieke kring zoals A.S. Talma  (+1916) ) en P.J.M. Aalberse wordt op 11 juli 1919 de Arbeidswet door een grote meerderheid in de Tweede Kamer aangenomen. Aalberse had al in 1909 een motie ingediend om de arbeidsduur te beperken tot tien uur per dag “behoudens dringend noodzakelijke uitzonderingen”. Talma had als minister van Handel, Nijverheid en Landbouw in de periode 1908-1913 door zijn verzekeringswetten (Ziektewet, Invaliditeits- en Ouderdomswet) sympathie verworven in arbeiderskringen. De aanvaarding van het wetsontwerp in 1919 was een historisch moment. Door ontroering gegrepen zingen de sociaal-democraten in de Tweede Kamer de achturenmars. Even is de rechterzijde van de Kamer overdonderd, dan neemt ze ook deel aan de feestvreugde en probeert met het Wilhelmus de socialisten te overstemmen. Verantwoordelijk minister Piet Aalberse van de Roomsch-Katholieke Staatspartij tekent in zijn dagboek aan: “Een krachtig agitatie-middel is zóo de roode broeders uit handen geslagen” en “Ik voelde me gelukkig en dankbaar! Onze Lieve Heer had me zichtbaar gesteund; nooit had ik gedacht, dat ik een zoo groote en moeilijke wet zoo goed verdedigen zou”.

Slot

We maken een grote stap in de geschiedenis. Veel lezers zullen het hebben meegemaakt: de invoering van de vrije zaterdag en de 40-urige werkweek in de jaren zestig van de vorige eeuw, de uitbreiding van vakantiedagen, allerlei andere (wettelijke) verlofdagen, de vervroegde uittredingsregelingen, de atv-dagen, enz. Het zijn belangrijke onderwerpen voor cao-onderhandelingen. De 24-uurs economie en de flexibilisering van de arbeidstijden zetten het sociale leven onder druk. De welvaart is toegenomen. De strijd om de tijd blijft. 
Harry Peer