Het geheugen van de vakbeweging

Donald Opmeer, van koopvaardijofficier tot vakbondsvoorzitter


Vakbondsman en sociaaldemocraat in hart en nieren

Donald Opmeer (1924-2022) 

Op 18 april 2022 is Donald Opmeer overleden in een verpleegtehuis, waar hij al zo’n 8 jaar verbleef. Hij werd 98 jaar. Hij werd in 1924 in Hoorn geboren als zoon en kleinzoon van een huisschilder. Daar maakte hij bewust zowel de crisisjaren van de jaren 30 als de Duitse bezetting mee. Beide hebben een blijvende indruk op hem achter gelaten.

Als eerste generatie van deze familie van schilders mocht Donald doorleren. Na de MULO koos hij in 1942 voor de Zeevaartschool Abel Tasman in Delfzijl. Het was een enerverende tijd, zo ontsnapte de school met internaat, maar ternauwernood aan een bommenregen. Vervolgens dook hij onder op het Westfriese platteland m zo aan de Arbeitseinsatz te ontkomen.

Centrale van Koopvaardijofficieren (CKO)

Donald Opmeer met vrouw en FWZ-collega Piet de Vries (links)

Direct na 1945 ging hij het zeegat uit. Op weg naar het Verre Oosten waar het toen al onrustig was. Na enige tijd bij de Java China Japan-lijn gevaren te hebben stapte hij over naar de Holland Amerikalijn (HAL). Omdat er na de oorlog een schreeuwend tekort was aan koopvaardijofficieren, klom hij al snel op tot tweede stuurman. Niet tevreden met de arbeidsomstandigheden aan boord stapte hij met een lijst met grieven naar zijn kapitein. Deze hoorde hem weliswaar welwillend aan, maar zei dat hij weinig kon doen. Waarom zou hij niet naar de vakbond gaan? En zo geschiedde. Na een eerste gesprek werd hij direct aangenomen. Zo trad hij in 1950 in dienst van de Centrale van Koopvaardijofficieren (CKO). Omdat het Verre Oosten voor de Nederlandse scheepvaart en dus ook voor de bond nog heel belangrijk was, werd hij in 1952 naar Indonesië uitgezonden om assistent te worden van de daar gestationeerde CKO-vertegenwoordiger. Tijdens de zeereis op de Willem Ruys overleed deze man in Batavia. Donald stond er alleen voor, maar sloeg zich er uitstekend doorheen.

Na vier jaar vol intensief vakbondswerk met bijeenkomsten en reizen keerde hij terug naar Nederland. Daar behartigde op verschillende standplaatsen de belangen van de visserij en de kleine handelsvaart. In 1960 werd hij op 36-jarige leeftijd dagelijks bestuurder van de VKO en direct voorzitter.

Overtuigd sociaaldemocraat en geharnast anti-communist

Donald Opmeer met prinses Margriet, ‘petekind’ van de Nederlandse koopvaardij

Hij was een sociaaldemocraat in hart en nieren met een vast geloof in het NVV. Van die overtuiging maakte hij geen geheim . Dat leidde er wel toe dat hij eind jaren zestig als voorzitter een stap terug moest doen, omdat er een fusie plaats vond tussen de VKO en de NVKO, een categorale bond van koopvaardijofficieren. De aanhang daarvan moest  voor het overgrote deel niets hebben van het “wat rooie imago” dat Donald terecht had. Dat was natuurlijk persoonlijk een pijnlijke ervaring, maar voor het grotere belang was hij daartoe graag bereid. In de luwte kon hij zich nog meer over geven aan de gemeenschappelijke zaak van het NVV en later de FNV, wier komst hij van harte toe juichte.

Hij was als enige vicevoorzitter een trouw bezoeker van de federatieraadsvergaderingen. In alle vroegte vertrok hij  uit zijn woonplaats Ridderkerk om dan meestal als eerste bij deze vergaderingen te arriveren. Compleet met gesmeerde boterhammen en een stuk roggebrood verpakt in een tupperware doosje en zijn onafscheidelijke fles karnemelk. Soberheid gevormd in crises en oorlogsjaren, was nog steeds zijn devies.

Binnen de in 1970 gevormde Federatie van Werknemers in de Zeevaart (FWZ), behartigde hij met volle overtuiging de belangen van de niet-officieren en scheepsgezellen. In 1975gaf hij leiding aan de staking van het personeel van de Maatschappij Zeeland. De vaarverbinding Hoek van Holland – Harwich kwam daardoor stil te liggen.

Dat Donald een sociaalemocraat van  de oude stempel was, bleek uit zijn houdingen tegenover de Sovjet-Unie. Anders dan de FNV was hij in de jaren ’80 een voorstander van de plaatsing van kruisvluchtwapens. Als geharnast anti-communist ergerde hij zich aan de loftuitingen voor Marcus Bakker bij diens afscheid als parlementariër. Alsof die in het verleden niet altijd de Stalinistische lijn gesteund had.  Dat een ruimte in het Kamergebouw tot Marcus Bakkerzaal gedoopt werd, vond hij een schandaal.

Graaiers

De sociale zekerheid vormde zijn grootste belangstelling. Mede daarom werd hij als vicevoorzitter van zijn kleine en bepaald niet pro-FNV- bond, voorgedragen als voorzitter van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK). Die functie vervulde hij ruim 10 jaar. Hij verhinderde persoonlijk dat de GAK-directeuren niet het in hun ogen marktconforme salaris gingen ontvangen, dat ze wensten. Het moesten geen “graaiers” worden. Desondanks bestond er ook daar grote waardering voor hem.

In zijn persoonlijk leven moest Donald een zware tegenslag verwerken toen zijn echtgenote  aan een agressieve vorm van vroege Alzheimer bleek te leiden en na verloop van tijd in een verpleeghuis moest worden opgenomen. De mantelzorg thuis was hem te zwaar geworden. Kort daarop mocht hij op 60-jarige leeftijd van zijn pensioen gaan genieten. Bij zijn pensionering in 1984 werd hij tot Officier in de Orde van Oranje Nassau benoemd.

Gelukkig vond hij kort na zijn pensioen weer een nieuwe levensgezellin, met wie hij opnieuw een gelukkige tijd beleefde. Helaas moest hij die in 2003 ook te vroeg verliezen.

Hij bekleedde na  zijn pensioen nog geruime tijd het voorzitterschap van het GAK, maar ook de Stichting Zeemanswelzijn. Daarna werd hij voorzitter van een Woongroep voor ouderen “Op ’t Eiland” in zijn toenmalige woonplaats Dordrecht en gaf hij leiding aan de realisatie van de nieuwbouw. Een moeizaam proces van meer dan 10 jaar. Al die tijd hield hij nog contact met oude kompanen uit de FNV, zoals Herman Bode. Omstreeks 2011 na een aantal operaties werd zijn geheugen minder en minder. In 2014 moest hij helaas naar een verzorgingstehuis. Daar zou hij nog 8 jaar leven. De laatste jaren vanwege een heupfractuur ook nog in een rolstoel, maar altijd nog even vrolijk en opgewekt, corona of geen corona. Op18 april2022 overleed hij in alle rust. Net 98 jaar geworden in maart.  Een respectabele leeftijd na een intensief leven. Maar wel volledig opgebrand.

Willem Opmeer

Mei 2022