Het geheugen van de vakbeweging

Eelco Talsma – Commissie Eerlijke Transitie is correctie op ‘Buurmeijer’

In gesprek met Eelco Tasma

De vitaliteit van de vakbeweging

Er is van haar geen persoonlijk archief bewaard  en dat was  een probleem bij het schrijven van het levensverhaal van Fokje Pasma, boerendochter van Westermar, vroedvrouw in Oostburg en Vlissingen, muze van Pieter Jelles Troelstra. Ook in het Troelstra-archief komt haar naam niet voor. Ik was daarom vooral aangewezen op informatie van haar familie.

Reünie   

De familie Pasma had op zaterdag 24 maart 1956 een reünie in Akkrum, in hotel-restaurant Zevenwouden, eigendom van Fokjes achterneef Jan Hendrik Pasma. Er werd een boekje over de familie gepresenteerd, Frans Hendriks Pasma, zijn Voorouders en Nageslacht. Fokje was toen  91 jaar, woonde in Heemstede met man, dochter, schoonzoon en kleinzoon. Was ze  daar aanwezig? Ik vroeg het na bij familieleden, maar kreeg geen antwoord. Had Jan Hendrik Pasma misschien een lijst van deelnemers bewaard? Hotel-restaurant Zevenwouden is in 1966 afgebroken, Jan Hendrik Pasma is in 1978 overleden. Hoe kom je daar dan achter? Zou ik bij zijn kinderen kunnen aankloppen? Of, als die er niet meer waren, bij zijn kleinkinderen? Dankzij het boekje van De Haan had ik de namen van de kleinkinderen en zo kwam ik terecht bij Eelco Tasma. Die was senior beleidadviseur van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), en plaatsvervangend lid van de SER,  de Sociaal Economische Raad,  het overleg- en adviesorgaan van vakbeweging en ondernemersorganisaties in den Haag. Hij zit dus middenin de grote beleidsdiscussies in Nederland. Ik  benaderde hem en hij vertelde me met hoeveel plezier hij in zijn jonge jaren bij zijn grootvader had gelogeerd. Zijn moeder was in januari 2020 gestorven, hij had vele Pasma-documenten in zijn beheer, maar geen materiaal over deze reünie.

Eelco Tasma  

Ik vond het bijzonder dat Eelco Tasma (14 mei 1957) verbonden was aan de vakbeweging. De meeste leden van de familie Pasma zijn zelfstandigen. Ze zijn dominee of dokter, apotheker, advocaat of assuradeur. Ik wilde er meer van weten. Hoe kwam hij bij de FNV?  Wat deed hij daar? Hoe zag hij het belang van de vakbeweging in deze moderne tijd? Hoe werkt het centrale overleg in de SER, hoe herkenbaar is de vakbeweging nog voor zijn leden? En hoe moeilijk is de positie van de vakbeweging in nieuwe bedrijfstakken waar de vakbeweging amper een poot aan de grond heeft, zoals bij pakket- en besteldiensten als Deliveroo? Hoe de positie van de vakbeweging te versterken? We spraken elkaar in Utrecht, in december 2021. Eelco Tasma bleek een Fries te zijn die even gemakkelijk Fries spreekt als schrijft. In een eerder leven hield hij zich bezig met het vertalen van toneelstukken in het Fries. Zijn vader Gerrit Tasma, tandarts in Joure, was vertaler en regisseur van  het amateurtoneel in Joure. De culturele bagage die hij meekreeg werd versterkt door de activiteiten van zijn moeder. Elly Pasma was op velerlei terrein actief, werd in 1972 secretaris van de Fryske Kultuerried, de voornaamste cultuurinstantie van Fryslân. Ze was bovendien  actief in de aparte sectie van de Kultuerried,  het onderdeel ‘Vrouwen oriënteren zich op de samenleving’.  Niet toevallig zochten de kinderen van Gerrit Tasma hun toekomst op sociaal gebied. Zoon Eelco koos voor de universitaire opleiding andragologie in Groningen. Dat was een nieuw vak, pedagogiek voor volwassenen. Op die nieuwe faculteit nam de CPN van Fré Meis via de Groninger Studenten Bond (GSB) een sterke positie in; ze wilden dat wetenschappelijk medewerker arbeid- en organisatie Hans Broekhuis zich liet assisteren door een politiek betrouwbare communistische studentenassistent. Broekhuis voorkwam dat door Eelco Tasma tot zijn  studentenassistent te benoemen. Broekhuis en Eelco Tasma publiceerden in 1982 Baanlozen en Recht. Hun publicatie  Werkers op een zijspoor – sociaal-juridische vraagstukken bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid bracht het in 1985 tot een tweede druk. Het waren de jaren van de discussie over  WAO, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidverzekering. Arbeiders die in het bedrijfsleven overbodig waren werden arbeidsongeschikt verklaard. De onafhankelijke Gemeenschappelijke Medische Dienst GMD verrichtte daarvoor de keuringen en het was niet duidelijk hoe ze dat deden. Eelco Tasma raakte betrokken bij het onderzoek naar deze keuringen in Winschoten en werd op deze manier volgens zijn zeggen in 1984 ‘een van de tien deskundigen in Nederland over de WAO-thematiek’.  Hij werd betrokken bij het landelijke WAO-beraad en werkte aansluitend tot 1998 meer dan twaalf jaar bij de landelijke Gehandicaptenraad. Vanuit die organisatie was hij medeauteur van het rapport ‘Niemand aan de kant zonder een sociale WAO. Nuchtere argumenten tegen de verkeerde en schadelijke aanpak van een echt probleem’ (1992). Het ‘wetsvoorstel inzake terugdringing van het beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen’ (TBA) wordt daarin gefileerd.  Zijn naam is verbonden aan een groot aantal publicaties op het gebied van arbeid, arbeidsongeschiktheid en arbeidsmobiliteit. Hij deed dat altijd samen met anderen. Toen ik hem daarop wees, was hij even stil. Hij had zich dat niet zo gerealiseerd. Ach, vervolgde hij toen, het is mooi om dingen samen te doen, met elkaar. En al was soms de tekst grotendeels van hem afkomstig, het ging toch vaak om een teamproduct. Er heeft overleg over plaatsgevonden. En in de FNV geldt: je doet het voor de club. En soms is het gewoon verstandig dat meer mensen hun naam aan rapporten verbinden.

De ingedamde vakbeweging 

Eelco Tasma ‘in actie tegen afbraak van de WAO’

Ik was dus wel benieuwd naar zijn visie op de toekomst van de vakbeweging. In een voordracht in Dublin in 2009 had hij een uiteenzetting gehouden over de scharnierpunten in de ‘geschiedenis van de sociale dialoog’ in Nederland, de bijzondere overlegvorm van overheid, vakbeweging en ondernemersorganisaties in de SER. Daar vindt overleg plaats als er wat te bereiken valt. De Haagse politiek kan er eigenlijk niet omheen als partijen het in de SER eens zijn. Maar – zo maakte hij in Dublin duidelijk – dat is geen automatisme. De Haagse politiek hield vakbeweging en ondernemers verantwoordelijk voor de grote toestroom naar de WAO en ontnam vakbeweging en ondernemers de verantwoordelijkheid. De WAO werd gekort, de toegang verzwaard en mensen moesten opnieuw gekeurd worden. De landelijke  PvdA volgde Wim Kok in deze affaire en die partij verloor toen niet alleen veel kiezers, maar ook 30.000 leden, vooral vakbondsleden. De vakbeweging werd – ik herinner het mij nog goed – door jonge politiek assistenten van PvdA-kamerleden weggezet als een ‘belemmering voor het beleid’. De band tussen sociaaldemocratie en vakbeweging werd verbroken. In politiek Den Haag zagen ze de uitgaven voor sociale wetten als ballast in de internationale concurrentiestrijd, gericht op versterking van de B.V. Nederland. Hoe lager de sociale uitgaven, hoe beter het was. Wantrouwen stak de kop op. Uitkeringsgerechtigden werden  uitkeringstrekkers. Misschien hadden ze er wel geen recht op, of maakte ze er misbruik van. Eenzelfde houding als later bij de toeslagenaffaire.  Maar die benadering ging veel verder.  Had Engeland Margaret Thatcher die de vakbeweging uitschakelde, en Duitsland Gerhard Schröder die de sociale wetgeving uitkleedde, Nederland had op voorstel van VVD, D66 en GroenLinks de commissie-Buurmeijer, genoemd naar zijn voorzitter, het PvdA-Kamerlid Flip Buurmeijer. Tasma wees me op het belang van deze parlementaire onderzoekscommissie. De commissie deed met behulp van het bureau Berenschot onderzoek naar de WAO over de periode 1982-1992. Er was geen kritiek op de rechtmatigheid van de uitkeringen, noch op de betrouwbaarheid van de administratie. Maar de conclusie was wel dat ondernemersorganisaties en vakbeweging te veel te vertellen hadden en dat het nodig was de vakbeweging in de dammen. Er moest een eind worden gemaakt aan hun rol in de sociale zekerheid, arbeidsbemiddeling en vakopleidingen. Bedrijfsverenigingen moesten uitgeschakeld worden, het ziekenfonds opgedoekt, de ziektekostenverzekering geprivatiseerd. De vanaf 1945 bestaande hulp van de vakbeweging aan werklozen en de overgang naar ander werk, werd afgebroken. De regionale bedrijfstakgewijze worteling van de vakbeweging werd om zeep beholpen. Wat overbleef was het landelijk overleg in de SER. Overeenstemming in dat landelijk overleg is geen vanzelfsprekendheid. Vakbeweging en ondernemers waren het niet eens over de verhoging van de AOW-leeftijd. Maar toen Rutte III geen meerderheid meer had in de Eerste Kamer gaf dat de vakbeweging de mogelijkheid daarover te onderhandelen  – zonder instemming van de vakbeweging geen pensioenakkoord. De pensioenreserves zijn groot – in 2010 bedroegen die  800 miljard en dat is nu opgelopen tot 1600 à 1700 miljard. Onderhandelaar voor de FNV was de uit de SP afkomstige Tuur Elzinga, voor Eelco Tasma de uitzondering op de regel dat de SP een partij is die vooral standpunten uitdraagt. Dat is heel wat anders dan onderhandelen. Tasma vergeleek de SP met de CPN uit zijn studententijd. In de uiteindelijke pensioendeal werd de verhoging van de AOW-leeftijd ingedamd. Een deal die om miljarden ging.

 Commissie Eerlijke Transitie 

Is de FNV niet een vergrijzende club? Is er wel een toekomst? Het valt niet mee mensen uit de pakket- en bezorgdiensten te organiseren als ze dat zelf als een tijdelijk baantje zien. Tasma verwelkomde de voorstellen van de Europese Unie op dit terrein. De FNV is – zo vertelde hij – na de ANWB, met zijn 900.000 leden de grootste ledenorganisatie in Nederland. En – zo vervolgde hij – intussen zijn de tijden veranderd, het discours is verlegd. De vakbeweging is nadrukkelijk partij in de aanpak van de coronacrisis. Het aanzien van de vakbeweging is gestegen. Zo is in het regeerakkoord van Rutte IV vastgesteld dat het minimumloon zal stijgen. Maar er is meer. Bij het sluiten van de op kolen gestookte Hemwegcentrale in Amsterdam, eind 2019, is er een fonds gevormd voor de overgang van werknemers van oud werk naar nieuw werk – en de FNV heeft een plaats in dat fonds. Een doorbraak, een correctie op ‘Buurmeijer’. De uitkeringsfabriek UWV is hier even aan de kant geschoven. Dat is een eerste stap. Hij wijst ook op het vervolg. In het nieuwe regeerakkoord is – naar Schots voorbeeld – een alinea opgenomen om te komen tot een  ‘Commissie Eerlijke Transitie’. Het pleidooi daarvoor is afkomstig van een groot aantal maatschappelijke organisaties, met als belangrijkste de vakbeweging (FNV, CNV, VCP) en milieuorganisaties als Greenpeace en Milieudefensie. Een verstandig milieubeleid vraagt om een breed maatschappelijk perspectief. En klimaatbeleid en inkomens- en arbeidsmarkt beleid zijn niet los van elkaar te zien. Als de lijn van de Hemwegcentrale voortgezet kan worden, herneemt de vakbeweging zijn plaats op het terrein van arbeidsbemiddeling en opleidingen.   Tasma had voor het nieuwe discours over de vakbeweging ook nog kunnen wijzen op de internationale beweging van ruim 6000 academici die duurzaamheid en werk verbinden, met een roep om ‘democratizing work’. Meest opmerkelijke ondertekenaars: de econoom Thomas Piketty en de Groninger hoogleraar politieke filosofie Lisa Herzog. Zij pleiten – heel klassiek – voor aandacht voor ‘arbeid’. Niet dat het allemaal zomaar klaar is. Wat vroeger ‘koppelbazen’ heette, weg te zetten als parasieten van de arbeidsmarkt, heet tegenwoordig ‘uitzendbureau’. Die vormen een hinderpaal voor een hernieuwde rol van de vakbeweging in arbeidsbemiddeling.   Maar het belang van de institutionele maatschappelijke verworteling van de vakbeweging is groot. In Amerika slaagde een vakorganisatie in Kansas er in 2021 in zich te manifesteren als legitieme vertegenwoordiging van werknemers, ondanks verwoede pogingen van Google het te keren. Op de Belgische televisie werd deze overwinning vergeleken met de hoge organisatiegraad van de Belgische vakbeweging, waar lidmaatschap van de bond de norm is.

Bertus Mulder  

Mei 2022