Het geheugen van de vakbeweging

FNV-archiefproject bij het IISG

De clowns van de FNV?

Als onderdeel van het FNV-archiefproject bij het IISG is weer een archief verwerkt.
Als ‘jongste telg’ is nu het archief van de Kunstenaarsorganisatie-NVV (1976-1980), later de Kunstenbond FNV (1980-1998), geordend en beschreven.

Een bont gezelschap…

Zoals elke bond komt de Kunstenbond op voor de belangen van zijn leden. In dit geval een heel bont gezelschap, of “De clowns van de FNV?” zoals ze – inclusief vraagteken – worden genoemd in een discussienota over de positie van de kunsten in de vakbond uit 1979.
Een bont gezelschap: van operazangers tot popmusici, van stemacteurs tot mimespelers, van leden met een vast dienstverband, zoals de medewerkers van filmlaboratoria en muziekdocenten, tot freelancers uit de vrije sector zoals beeldhouwers, filmers, vertalers, jazzmusici en acrobaten.
Het is duidelijk dat de belangen per vakgroep verschillen, al hebben alle leden gemeen dat er veel verbeterd kan worden aan hun rechtspositie en arbeidsvoorwaarden. Zonder de steun van overheidssubsidies en ook vaak zonder de bescherming van een CAO wacht de leden een onzeker bestaan.

…en een bont archief

Wat kun je tegenkomen in het archief van de Kunstenbond? De perikelen rond het voortbestaan van het reizend opera- en operettegezelschap Opera Forum bijvoorbeeld, die uitgebreid in kaart worden gebracht. Of arbeidsrechtelijke zaken over Pipo de clown, de honorariumregeling voor een tv-optreden, en een bedankbriefje van de enige echte Sinterklaas (Bram van der Vlugt natuurlijk). Of de pogingen van orkest- en koorleden zich te verzetten tegen dictatoriale dirigenten, en een opiniepeiling onder de leden met de titel ‘De Kunstenbond? Breek me de bek niet open!’ Of Stukken over de bijeenkomsten van de leden van de vakgroep Mime, die breedsprakiger zijn dan je misschien van zo’n zwijgende beroepsgroep zou verwachten.

Daarnaast zijn er ook voorbeelden van de praktische hulp die de Kunstenbond haar leden biedt, zoals de ondersteuning van muziekdocenten bij het opstellen van statuten of een huishoudelijk reglement voor hun muziekschool, de pogingen om paal en perk te stellen aan de lange en onregelmatige werkuren van toneeltechnici, of de totstandkoming van het handboek ‘Pop en de Paperassen’, waarin wordt uitgelegd hoe de argeloze beginnende popmuzikant zijn papierwinkel moet runnen en wegwijs kan worden in de wereld van modelcontracten, boekhouding en rechtsvormen.

Hun strijd, onze strijd 

In het archief van de Kunstenbond wordt tussen de regels door een beeld geschetst van het culturele en politieke/maatschappelijke leven in Nederland in de jaren zeventig en tachtig, de aanwezigheid van de vele theatergroepen en toneelgezelschappen, radiokoren en regionale orkesten, de verantwoordelijkheid die de overheid voelde voor de culturele sector (BKR, artotheken, de Percentageregeling beeldende kunst), de aandacht voor democratisering, in de maatschappij maar ook binnen de eigen vakorganisaties.

De Kunstenbond maakte zich sterk voor de verbetering van de positie van de kunstenaar, betuigde solidariteit met onderdrukte filmmakers en kunstenaars in Latijns-Amerika, protesteerde tegen apartheid, organiseerde landelijke acties voor een beter subsidiebeleid en tegen de bezuinigingen in de kunsten en zocht contact met kunstinstellingen, beleidsmakers, politici, internationale instellingen.

De inventaris van het archief is te zien op de website van het IISG.

Anna Smolders, projectmedewerkster inventarisatie FNV-archieven
december 2021

Meer lezen over de Kunstenbond (en voorgangers): 

Bonden voor kunstenaars in 2021: