Het geheugen van de vakbeweging

Patrick Fey op VHV-vriendenbijeenkomst 21 mei 2022

De brede betekenis van werk

Op de VHV-bijeenkomst reflecteert Patrick Fey (CNV) op de inleidingen van de twee inleiders, Paul de Beer en Jan Verhagen. Hij knoopt daar de aan vast de uitdaging om na te denken hoe de vakbond ook in de toekomst aansprekend kan zijn voor jongeren én ouderen.

Over mijzelf…

Het ‘oude’ VVDM-logo

Patrick Fey (CNV)

Ik ben ooit begonnen als kaderlid van de soldatenvakbond VVDM. Die was ontzettend breed, hield zich bijvoorbeeld bezig met de strijd om de vrije haardracht – lang haar – van dienstplichtigen…en heeft dat recht ook binnengehaald.
Ook in andere opzichten was die VVDM breed, nam bijvoorbeeld begin jaren 80 stelling tegen kernwapens en demonstreerde mee tegen de kruisraketten.
Dat meebewegen met de tijd ging makkelijk: het waren jonge jongens, die een jaar later alweer uit dienst waren.
We grapten wel dat de Militaire Inlichten Dienst meeluisterde, en dat was waarschijnlijk ook wel zo. Want ook internationaal lag zo’n vakbond voor dienstplichtigen gevoelig. In het Franse leger was dat bijvoorbeeld verboden.
In 1989 ben ik penningmeester van de VVDM geworden, een prachtige tijd. Dat was in de tijd dat Johan Stekelenburg FNV-voorzitter was. Eind jaren 80 gingen we bij de VVDM bezig met verzakelijking, en we kozen voor aansluiting bij de FNV.
We kregen bijvoorbeeld een ander, meer neutraal logo, en dat zei iets over een andere koers. Zakelijker, net als de jaren negentig, gericht op de jonge mensen van die tijd.

Na mijn dienstplicht kwam ik als regiomedewerker bij de toenmalige CFO, werd regiobestuurder en ben manager geworden, en sinds 2009 bestuurslid van een CNV-bond.

Breed of smal?

Breed of smal…Ik denk dat we als vakbonden sowieso superbreed zijn. Als je kijkt wat we allemaal doen. Individuele belangenbehartiging alleen al kan heel breed gaan, verder maken we sociaal plannen, spreken cao’s af, helpen bij WIA-aanvragen voor mensen, sluiten cao’s af enz.
Maar ook de belangenbehartiging in het Haagse is breed. Als je ziet wat er in de SER allemaal aan brede onderwerpen voorbij komt.
En wat dachten we van pensioenfondsbesturen? Dat gaat niet alleen over een goed pensioen op zich, maar ook over het gebruiken van de macht van het geld om de wereld te verbeteren: duurzaam beleggen.
De uitdaging in pensioenfondsen is allereerst om rendement te maken, maar vervolgens ook: kijken of je er verduurzaming mee kunt bereiken. Zeker ook op het gebied van werknemersrechten, tegen kinderarbeid, niet investeren in bedrijven waar vakbondsleden ontslagen worden etcetera.
Kortom, ook in de pensioenfondsen stuurt de vakbond mee bij veel en brede onderwerpen.

Een ander breed thema waar we ons mee bezig houden, en waar we ontzettend trots op kunnen zijn, dat is het internationale vakbondswerk. FNV Mondiaal, CNV Internationaal doen dat al meer dan een halve eeuw. Bijzonder is niet zozeer hulp geven aan vakbonden elders in de wereld, maar vooral samenwerken met collega’s. Wij leren van hen, zij leren van ons. Zij bouwen daar een ‘civil society’ op, iets waar de Nederlandse overheid niet actief aan mee kan doen, maar wat juist wel ontzettend belangrijk is. Dat kunnen we als vakbond als geen ander, omdat je met collega’s spreekt die van binnenuit hun land ontwikkelen. Het voelt als: dezelfde mensen, andere omstandigheden. De overheid waardeert dat zeer, en ook in de huidige tijd financieren ze dit vakbondswerk.

Paul de Beer gaf aan dat de politieke achterban van de vakbonden heel bepalend is voor de vraag ‘breed of smal’. Het CNV is zich altijd bewust geweest van de politieke diversiteit van haar achterban als het gaat om stemgedrag.

De meest recente cijfers die ik ken, uit 2016, gaven aan dat CNV’ers iets meer CDA of ChristenUnie stemden, maar ook iets meer SP en VVD. Redelijk divers dus. Dat heeft er bij ons toe geleid dat we er altijd van doordrongen zijn geweest dat we focus moeten houden op werk en inkomen zelf, en minder op allerlei brede onderwerpen. Zoals vrede en veiligheid, of ook milieu, omdat we het dan eigenlijk nooit goed kunnen doen. Belangrijk is: doe de dingen waar je goed in bent, waar je echt verstand van hebt.

Verder zien we het als belangenbehartiger van werkenden als onze taak, om zaken te doen met degene die aan de andere kant van de tafel zit. Dat is dus de werkgever, of die nu goed is voor zijn personeel of niet. Je doet wat je kunt om het werk voor mensen beter te maken.
Dat geldt ook in de politiek: ongeacht welk kabinet er zit, als werknemersvertegenwoordiger in het Haagse doe je zaken met allemaal. Dan helpt het als je geen al te uitgesproken politiek profiel hebt. Natuurlijk zie je, zoals bijvoorbeeld rond de pensioenwetgeving, dat de FNV-collega een iets makkelijker ingang heeft bij de PvdA, en het CNV bij het CDA, maar eigenlijk maakt het niet uit. Je hebt gewoon zaken te doen met de politici die er zitten, die de wetten maken, en met de partijen in de Kamer die voor meerderheden kunnen zorgen op voor ons belangrijke punten.

De impact van het ledental op keuzes

Een ander aspect dat ook hierbij een rol speelt: hoe sterk is de vakbeweging, en hoe zit het met ons ledental? Dat gaat gestaag omlaag, zo’n 2% per jaar, al jarenlang. Geen goede zaak, en is in het bestuur ook bijna wekelijks onderwerp van gesprek: wat kunnen we doen zodat jonge mensen, maar ook mensen van 40-50 jaar, zich aangetrokken gaan voelen tot de vakbeweging?

Dat roept de vraag op, wat er van belang voor je is, als je werkt. Dat is niet alleen een cao, of een sociaal plan. En individuele hulp, dat hopen mensen zelfs helemaal niet nodig te hebben.
Wat we willen doen aan ontwikkeling en verbreding van het dienstenpakket is verder kijken dan juristen die leden helpen, verder dan sociaal plan en cao.
Dan kijken we bijvoorbeeld naar wat kom je tegen op het moment dat je start met werken?
We willen veel meer in beeld komen bij zaken waar werknemers een keer een goed gesprek, hulp of advies bij nodig hebben. Bijvoorbeeld als je denkt ‘ik wil me doorontwikkelen naar ander werk, meer betekenisvol, meer betalend, maar hoe doe ik dat dan?’ Dat zijn zaken die je niet altijd zomaar met je leidinggevende kunt bespreken, en ook niet altijd in je vriendenkring.

Dat geldt ook voor mensen rond de 40: je bent dan een eind op weg, maar moet nog een jaar of 25-30, en je wilt wel wat anders. Hoe pak ik dat aan?
Dat zijn niet de problemen waar je juristen van de bond bij nodig hebt, die brieven gaan schrijven, maar je wilt als werknemer wel op belangrijke momenten in je werk begeleiding hebben. We zijn nu bezig te kijken te kijken of we andere vormen van dienstverlening kunnen ontwikkelen, misschien een digitale tool, waarmee je meer kennis krijgt over jezelf, beter zicht krijgt op voor jou geschikte opleidingen.
Of hoe je solliciteren aanpakt, tot aan uitgebreide coachingstrajecten, waar misschien ook de werkgever aan mee betaalt.
We kijken dus of we meer kunnen betekenen voor mensen, anders dan met de klassieke zaken, waar we goed in zijn.
De kunst is om op zo’n moment ook in beeld te zijn voor mensen. Iedereen komt dit soort dingen tegen in zijn werk, maar teveel, ook jonge, mensen denken dan niet aan de vakbond als logische partner, als club waar je bij moet zijn, die je kan helpen op dat gebied.

Je gaat dus kijken of je andere diensten kunt ontwikkelen, noem het een ander verdienmodel, waardoor je minder afhankelijk bent van ledencontributie. Dan kom je tegelijkertijd in een wereld terecht waarin je concurreert met clubs als Randstad, met commerciële instituten en dergelijke.

Dan nog over de opmerking van Paul dat de vakbeweging samen met andere progressieve organisaties zou moeten werken aan een eigen analyse en hervormingsagenda.
Ik neem als voorbeeld het thema milieu. Dat is een van de moeilijkere punten omdat we leden vertegenwoordigen die werken in bedrijven die veel energie verbruiken, verontreinigende stoffen uitstoten en dergelijke. Tegelijk willen we dat de wereld groen wordt en willen we klimaatverandering tegengaan.
Ik word dan geïnspireerd door paus Franciscus die in de Encycliek Laudato Si’ sterk de verbinding legt tussen milieuverontreiniging, klimaatverandering én armoede. Als je dan spreekt over Just Transition, dan moeten we als vakbeweging aan de bak, om verandering van economie en productieprocessen gepaard te laten gaan aan eerlijke sociale verandering.

Maatregelen moeten worden afgewenteld op mensen die hun baan verliezen omdat hun bedrijf of productieproces stopt en aan hun lot worden overgelaten. We moeten zorgen dat mensen op verantwoorde wijze van het een naar het ander gaan, en voorkomen dat mensen met een prima baan in bijvoorbeeld een kolencentrale, waar we als vakbond sterk zijn, hun baan kwijtraken en als ZZP’er en onverzekerd aan de slag moeten met het leggen van zonnepanelen.
Dat zou een verandering zijn, die wel goed is voor het klimaat, maar sociaal heel slecht. Daar moeten we als vakbeweging veel actiever mee aan de bak. Iedereen ziet dat de positie van werkenden beter moet, in de eerste plaats voor mensen met een laag inkomen, want die zijn op dit gebied juist dubbel de klos. Een goed antwoord op de vraag ‘hoe pakken we dat aan?’ leidt tot een ingrijpende verandering van de economie. En wie moet daar, vanuit werknemersstandpunt, anders over meepraten dan de vakbeweging?

Patrick Fey (red. Jan Verhagen)
juni 2022

Klik hier voor de pdf-versie van dit artikel


Over Patrick Fey:

Patrick Fey is voorzitter van CNV Connectief en bij CNV Overheid & Publieke Diensten. Verder is hij vicevoorzitter van de CNV Vakcentrale.