Het geheugen van de vakbeweging

Coen Hendriks (1922-2008)

Zeeuws vakbondsstrijder

Als iemand sterft, is het aantal rouwadvertenties in de krant vaak een goede graadmeter om in te schatten wat zijn of haar rol in de maatschappij is geweest. Dat geldt zeker voor Coen Hendriks (1922-2008), die een grote rol speelde in de Zeeuwse arbeidersbeweging. Op bijna een volle pagina in de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) werd hij niet alleen herdacht door familieleden en vrienden, maar ook door de FNV, ANBO, PvdA, het bestuur van een grote huurdersvereniging en de directie van deze organisatie.

Coen Hendriks, stakingsleider in de jaren zeventig bij De Schelde, VlissingenCoen Hendriks, stakingsleider in de jaren zeventig bij De Schelde, Vlissingen

De vakman Hendriks begon zijn loopbaan bij lampenvoeten fabriek Vitrite in Middelburg, waar hij lid werd van de Algemene Nederlandse Metaalbewerkers Bond. Hij stapte over naar de Vlissingse scheeps- en machinebouwer De Schelde, waar hij onder meer bankwerker was. Bij De Schelde meldde hij zich bij de Industriebond NVV, waar hij al snel kaderlid werd. “Ik heb een grote mond – altijd gehad trouwens – dus dan kom je al snel in een afdelingscommissie terecht”, verklaarde hij eens in een interview.
Zijn ‘finest hour’ kwam in 1970, toen in september in het hele land werd gestaakt onder de leuze ‘Geen procenten maar centen’. In Vlissingen kwamen de OR en de bonden bij De Schelde niet in actie, terwijl er veel onrust was op de werf. Hendriks en een paar collega’s kwamen in actie en wisten de onrust te kanaliseren. Toen de zaak uit de hand dreigde te lopen, pakte Hendriks een megafoon, klom op het dak van de portiersloge (“Ik zeg: Jongens, ga d’r even uit”) en wist de menigte tot bedaren te brengen. Een ‘ordelijke’ staking volgde, waarop Hendriks van de Schelde-directie de toezegging kreeg dat de vier gestaakte dagen čn de geëiste vierhonderd gulden werden uitbetaald. Hij kreeg zelfs lof van een Schelde-directeur, die tegen een verslaggever van de PZC verklaarde: “We mogen blij zijn dat-ie het zo netjes heeft geregeld en verder geen gezeur.”
In de roerige jaren zeventig werd Hendriks actief in de OR en hij zou nog diverse keren optreden als stakingsleider.Van 1978 tot en met 1990 was hij gemeenteraadslid voor de PvdA in Vlissingen en ook na zijn pensionering bleef hij bezig; in een huurdersvereniging, de ANBO en de FNV.
Coen Hendriks leek gezegend met een ijzeren gestel. “Die gozer verslijt maar niet”, zei een van zijn oud-collega’s recentelijk. Coen kwam op een bizarre manier aan zijn einde. Tijdens een vakantie met zijn vriendin op Java, overleed hij na een auto-ongeluk. Een van zijn kleinkinderen typeerde hem in een rouw-advertentie:
‘Hij was een mooie, aardige en trotse man.
Alles aan hem was positief.
Wat de meerderheid en ik ook vind: hij was super lief.
Doei opa, goede reis, we zien je misschien in het paradijs.’

Coen Hendriks is geen grote naam in de vakbondswereld.Wel was hij een van de vele ‘strijders aan de basis’. Wellicht wat gezwollen woorden in een tijd waarin ideologieën versleten lijken. Zelf zou hij met die woorden zeker vrede kunnen hebben.
Eric-Jan Weterings